Kaasweetjes
De oorsprong van de naam Kaas
In het Grieks heet
kaas, Turos, al sinds Homerus er 1000 jaar voor
Christus over schreef. In de verhalen van Homerus gaat het meestal
over schapen- en geitenkaas. Homerus beschrijft hoe Odysseus bij de
cycloop Polyfemus op bezoek gaat. In de grotwoning van Polyfemus
vind hij een compleet boerenbedrijf; hokken voor dieren, melkemmers
met de laatste melk er nog in en kaas.
Ons woord boter is ontleend aan
het Griekse woord Bouturos. Dit betekent in het
Grieks ook boter. Bous betekent koe. Boter
maakten zij dus kennelijk van koemelk.Turos betekent
dan ook het dikken van de melk.
De Romeinen kenden voor kaas het
woord Caseus. Daar zijn de meeste woorden voor
kaas van afgeleid : Kaas, Kase, Cheese, Queso (Spaans)
en Queijo (Portugees). De kaas die de Romeinen naar onze
streken meebrachten was waarschijnlijk een ander product dan de
kaas die wij zelf maakten. Kaas van koeienmelk werd namelijk niet
of nauwelijks gegeten. De kazen die de Romeinen aten waren van
geiten- of schapenmelk gemaakt. Kaassoorten die vermoedelijk
gegeten werden zijn vergelijkbaar met feta, chèvre, pecorino romano
en ricotta. Het woord Caseus is echter wel de basis geweest voor
onze benaming van Kaas.
Het
woord fromage is ontstaan uit Caseus
Formaticus. Dit betekent kaas geproduceerd in een vorm. In plaats
van het woord Caseus (kaas) werd de naam Formaticus meer en meer
gebruikt. Dit woord ontwikkelde zicht tot formatge. Hieruit is de
Franse naam "Fromage" en de Italiaanse naam "Formaggio"
ontstaan.
Kaasweetjes
- April/mei is de periode van de Nederlandse
graskaas. Deze kaas wordt gemaakt van de melk van koeien die
na een lange winter voor het eerst weer in de wei lopen en het
lentegras eten.
- Op dit moment wordt nog op ongeveer 300 boerderijen
boerenkaas gemaakt
- Voor 1 kilo kaas is 10 liter melk nodig
- Nederland produceert meer dan 650 miljoen kilo
kaas per jaar en is daarmee de vier na grootste
kaasproducent ter wereld. Niet gek voor zo'n klein landje,
toch?
- Nederlanders houden ook van kaas! Gemiddeld wordt er zo'n
17 kilo kaas per persoon per jaar gegeten.
- Nederland telt ruim 16 miljoen inwoners en 1,5 miljoen
melkkoeien
- In de Noord-Hollandse weiden grazen vooral de zogenaamd
Holstein zwartbonte koeien, echte magere melkkoeien
die van oorsprong uit Nederland komen
- Kaas met gaten ontstaat door gasvorming in de kaas
onder invloed van specifieke melkzuurbacteriën die ook voor de
lekkere smaak en het typische aroma van kaas zorgen
- Kaas eten beschermt de tanden tegen cariës
(tandbederf) . Zowel de eiwitten aanwezig in kaas als
calcium zouden hierin een rol spelen. Een stukje kaas na de
maaltijd is dus nog niet zo slecht bedacht door de Fransen. Dit mag
echter geen reden zijn om extra kaas te gebruiken. Pas het in je
voedingspatroon in om te vermijden dat je totale vetinname te hoog
wordt en weet dat kaas eten het dagelijkse poetsen van de tanden
zeker niet kan vervangen
- Het vetgehalte van kaas wordt meestal aangeduid met een cijfer
en een plusteken: bijvoorbeeld 48+, 30+, 20+. Dat betekent dat het
percentage vet aangeduid wordt per 100 g droge stof en niet per 100
g kaas. Kazen tot 20+ zijn mager, kazen van 20+ tot 40+ zijn
light
- De meeste kaas wordt nog steeds op brood
gegeten.
Spreekwoorden met kaas
- Ergens (geen) kaas van gegeten hebben - Ergens (niets)
van afweten
- Een harde man op een stuk weke kaas - Hij lijkt grof, maar
heeft een goede inborst
- Hij laat zich de kaas niet van het brood eten - Opkomen voor
iets
- Dat is kaas voor hem - Precies wat hij wil
- Aan de geur van de kaas herkent men de geit - afkomst kan je
niet verbergen
- Ergens kaas aan hebben - er maling aan hebben
- De boter en de kaas te dik gesneden hebben - te veel verteerd
hebben
Hoe is de scheldnaam "Kaaskoppen" ontstaan?
Toen Napoleon ons land veroverde had hij een groot leger. Deze
soldaten werden betaald vanuit Frankrijk. Zij ontvingen 'soldij'.
In Nederland werd door het Franse leger belasting geheven om deze
soldaten te betalen. De glorietijd van Napoleon bleek niet eeuwig
te zijn en toen de zaken slechter gingen werden de Franse soldaten
in Nederland niet meer betaald.
Het oog van deze soldaten viel al snel op de boerderijen van het
Nederlandse platteland. De boeren konden goed leven van de
rijkdommen van het land en vooral in de omgeving Gouda en
Bodegraven lagen de schuren vol met goudgele kazen. De Franse
soldaten kregen hier ook lucht van en gingen regelmatig op
rooftocht. De boeren wilden zich verdedigen maar hadden daar de
middelen niet voor.
Totdat de boeren ontdekten dat de kaasvaten meerdere doelen
konden dienen. Deze vaten, van oorsprong gedraaid uit wilgenhout,
werden eerst alleen gebruikt voor het maken van de kaas. De
boeren kwamen echter op het idee dit kaasvat te gebruiken als helm.
De boeren stopten er stro in en een doek om het dragen van zo'n
harde kaaskop wat te veraangenamen. Daarnaast bevestigde men er een
leren bandje aan voor onder de kin. Soms werden de kaaskoppen nog
extra beveiligd met behulp van ijzeren banden. Met een hooivork in
de hand en een kaasvat als helm bleken de boeren een geduchte
tegenstander en konden ze het plunderen op hun boerderijen een halt
toeroepen.
Zo is de scheldnaam 'kaaskoppen' ontstaan. De kaasvaten die de
boeren op hun hoofd hadden en de vechtvorken zijn te zien in het
Kaasmuseum in Bodegraven.